Els ziet holletjes met zandhoopjes

Els ziet holletjes met zandhoopjes …

Op zaterdagmorgen 28 juni 2014 was ik samen met Jules, Piet en Els een eindspel voor onze trimclub aan het uitzetten op de plaat of wel de zwarte berg in de Drunense Duinen.
Els zag in het witte zand een groot aantal kleine holletjes elkaar met bijbehorende zandhoopjes. Ik hoorde haar roepen: “Wie weet er hier iets van de natuur?”
Ik hield me even bij de les want de lopers zouden elk moment arriveren onder leiding van Arie. Dus dan moest de zaak uitgezet zijn! Toen ik ging kijken zag ik dat het inderdaad waar was: een hele cluster van holletjes in zand met bijbehorende storthoopjes. Ik heb onze trimleden uitgelegd dat er een aantal insecten zijn die holletjes in het zand graven. Zogenaamde graafinsecten. Dat zijn wespen, bijen, en kevers die solitair leven. Zij maken een holletje of een diepe gang in het zand. Dat kan ook op straat zijn bijv. in de voegen tussen de stenen van het tuinpad. De functie van dat gangetje is om aan hun nageslacht te werken.
In dit geval waren dit naar mijn mening waarschijnlijk holletjes van graafwespen die vliegen of spinnen vangen.

Hier drie groepen insecten die graafwerkzaamheden verrichten.

  • De mestkever maakt bolletjes van poep legt er eitjes in en sjouwt die in haar diep gegraven hol.
  • Zandbijtjes maken bolletjes van stuifmeel van de wilgen in het voorjaar en doen hetzelfde.
  • Solitaire wespen vangen insecten, verlammen die, leggen eitjes in de gevangen prooi en vliegen het naar hun hol en stoppen het daarin. Die insecten kunnen zijn: mieren, rupsen, vliegen, spinnen enz.
    Het hol of gang wordt vakkundig afgedicht. De larve in het hol vreet zich vol aan de prooi en gaat zich verpoppen. Na een bepaalde tijd komt het nieuwe insect uit het hol gekropen, wanneer moeder al lang gestorven is.

 

De holletjes van mestkevers vindt men meestal in de buurt vaan konijnenkeutels of paardendrollen.

Mestkevers verslepen hun bolletje

Mestkevers verslepen hun bol mest

Zo zijn er ook solitaire wespen die bijen vangen en naar hun hol vliegen om hetzelfde te doen en die worden “bijenwolven” genoemd. De larve vreet zich dik aan de gevangen insecten die slechts verlamd zijn zodat het vlees zo lang mogelijk in tact blijft. De dikke larve gaat zich naderhand verpoppen en dan verschijnt er weer een nieuw insect (imago). Ik heb al twee keer een bijenwolf tijdens natuurwandelingen bezig gezien. De eerste keer tijdens een wandeling met natuurgids Peet op 4 augustus 2002 (lees het onderstaande verslagje).
De tweede keer toen ik met Arie en Ad, ergens in 2004, op de Kampina wandelde.

Verslagje: Bijenwolven op de hei! (4 aug, 2002)
Op een pad op de hei zagen wij de holletjes van diverse bijenwolven en zagen ook een bijenwolf die een bij ondersteboven tussen haar poten transporteerde. We vingen haar in een loupe-potje, we bekeken haar en lieten haar naderhand weer vrij.
De bijenwolf is een graafwesp. Deze wesp leeft solitair en zijn toch ze vaak in de buurt van andere bijenwolven te vinden. Ze leven in clusters van tientallen tot honderden dieren. De bijenwolf vangt een honingbij en vervoert deze ondersteboven onder het lichaam. De honingbij wordt met een steek verlamd en wordt meegenomen naar het nest in de grond.
Het nest bestaat uit een gang met meerdere zijgangen. In elke broedcel worden voor een mannelijke nakomeling 2–3, voor een vrouwtje echter 3–6 prooidieren gevangen. Op de prooi die het laatst wordt binnengedragen wordt het ei gelegd. Deze nog levende prooien dienen de larve tot voedsel. De larve komt na drie dagen uit, heeft al na een week haar voedsel verteerd en begint een smalle, flesvormige cocon te spinnen. Ze rust daarin tot het volgende voorjaar om pas dan te verpoppen. In een warme zomer volgt na een korte rustfase soms de verpopping nog in hetzelfde jaar en wordt een tweede generatie geboren in augustus die tot eind september vliegt.

De bijenwolf

De bijenwolf

Bijenwolf met prooi

Bijenwolf met een bij als prooi

3
Andere graafwespen.
Er zijn naast de bijenwolf nog diverse andere graafwespen zoals de rupsendoder, de mierendoder enz.
Overal waar lekker droog zand is kan men de holletjes met een hoopje zand van deze wespen ontdekken. Soms midden op het trottoir.
Dit klopt want op de oprit van mijn garage, heb ik een drietal gaatjes met hoopjes zand ontdekt en zag ik wespen in en uitvliegen. (mierendoders vermoed ik).
Zandbijtjes achter het bezoekerscentrum Natuurmonumenten te Oisterwijk.
In het voorjaar, wanneer de wilgen in bloei staan, zie je hier honderden gaatjes in het weitje van bezige zandbijtjes.

Links holletjes van zandbijtjes en rechts  kruipt een zandbijtje uit het hol

Ik hoop dat ik hierbij een en ander duidelijk heb gemaakt!
Bert

Een gedachte over “Els ziet holletjes met zandhoopjes”

  1. Hoi Bert,

    Mooie uitleg, bedankt.
    Kan ik het nog eens op mij gemak nalezen!

    De uitleg tijdens het trimmen was ook prima, en wat was het gezellig!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

En nog een WordPress site